Naar de inhoud
situatieschema-tekenen.be Stappengids

Stappengids

Een situatieschema tekenen, stap voor stap

Het situatieschema is het grondplan van een woning waarop staat waar elk elektrisch punt zit en op welke kring het hangt. Deze gids neemt je mee door het tekenen, in de volgorde waarin je het op de werf en aan de tekentafel aanpakt.

Voor een elektrische keuring van een woning horen er twee schema's bij de installatie: het eendraadschema, dat de kringen vanuit het verdeelbord toont, en het situatieschema. Deze gids gaat over dat tweede. Hij is bedoeld voor wie het zelf opmaakt: een installateur die een werf in kaart brengt, een tekenaar, of een eigenaar die zijn woning voorbereidt op een keuring bij een verkoop of een renovatie.

Je hoeft geen architect te zijn om een bruikbaar situatieschema te maken. Wat telt, is dat het plan klopt met wat er in de muren en aan de plafonds zit, en dat iemand die de woning niet kent elk punt terugvindt. Hoe streng de keurder het precies wil zien, beslist hij zelf; deze gids volgt de gangbare praktijk.

Waar je naartoe werkt

Een situatieschema bestaat uit één blad per verdieping. Op elk blad staat het grondplan met de namen van de ruimtes, elk punt als symbool op zijn plaats met zijn code ernaast, de belangrijkste maten en een titelblok met het adres en wie het schema opmaakte. Zo ziet zo'n blad eruit:

Situatieblad van een verdieping met vier slaapkamers, dressing, badkamer, nachthal, toilet en bureau. Elk lichtpunt, elke schakelaar en elk stopcontact staat op het grondplan met een code zoals C.4 of Q.2; bovenaan en in het titelblok staat blad 03/15, onderaan de vakken voor installateur, keuring, klant en werf.
Blad 3 van het voorbeelddossier in SUPLAN: Verdieping +1 met het grondplan, de maten, elk punt met zijn code en onderaan het titelblok. Voor deze gids staat de kleurloze weergave van de app aan en zijn de getekende verbindingen tussen schakelaars en lichtpunten weggelaten; in een PDF uit de app staan die verbindingen er wel op. Op ware grootte bekijken

Wie het plan later leest

Een situatieschema teken je niet voor jezelf. Het heeft drie soorten lezers, en elk van hen zoekt er iets anders in.

  • De keurder legt het plan naast de woning. Hij zoekt een punt op het plan op in de kamer, of een stopcontact dat hij in de kamer ziet op het plan, en volgt de code naar het eendraadschema.
  • Een elektricien, jaren later, die een storing zoekt of een kring wil uitbreiden. Hij wil weten welke automaat hij moet uitschakelen voor hij een doos opent.
  • De bewoner, als een automaat uitvalt of als hij gaat verbouwen. Voor hem telt vooral dat het plan de woning toont zoals ze vandaag is.

Wat die drie nodig hebben, is hetzelfde: elk punt staat erop, elk punt heeft een code, en die code komt terug op het eendraadschema en bij de automaat in het bord. Mooi tekenwerk is mooi meegenomen; een vergeten punt of een code die nergens anders terugkomt, maakt het plan onbruikbaar.

De vijf stappen

Elke stap bouwt verder op de vorige. Sla de opmeting niet over: daar komen de meeste fouten vandaan.

  1. Stap 1: Opmeten en elk punt noteren

    Begin in de woning, niet aan het bureau. Loop elke verdieping ruimte per ruimte af en noteer wat er elektrisch is: lichtpunten aan het plafond en op de wand, schakelaars en drukknoppen, stopcontacten, en de toestellen die vast aangesloten zijn.

    Denk bij vaste toestellen aan de kookplaat, de oven, de boiler, de ventilatie, de warmtepomp en de omvormer van zonnepanelen. Vergeet ook de plaatsen niet waar je niet dagelijks komt: kelder, zolder, garage, technische ruimte en tuinhuis, en alles aan de gevel en in de tuin. Buitenverlichting, een buitenstopcontact, een poortmotor of een laadpaal horen evengoed op het situatieschema.

    Heb je geen bruikbaar plan, meet de ruimtes dan zelf op: lengte en breedte per ruimte, ongeveer de dikte van de binnenmuren, en waar de deuren en ramen zitten. Noteer bij elk punt ook waar het ongeveer zit, bijvoorbeeld "stopcontact links van het raam" of "schakelaar naast de deur, kant van de scharnieren".

    Waar het vaak misloopt

    • Een ruimte zonder zichtbare punten wordt overgeslagen: de zolder, de kelderberging, het tuinhuis met een kabel vanuit de woning. Maak vooraf een lijst van alle ruimtes en vink ze af.
    • Wat aan de buitenkant zit, ontbreekt: gevelverlichting, het stopcontact op het terras, de poortmotor. Loop na de opmeting binnen nog één keer rond de woning.
    • Er staat enkel "stopcontact" in je notities. Schrijf er meteen bij hoeveel contacten het heeft, of er een aarding is en of het spatwaterdicht is, anders moet je in stap 3 gokken.
  2. Stap 2: Het grondplan tekenen

    Teken per verdieping één grondplan met de muren, deuren en ramen, op verhouding en met de belangrijkste maten. Geef elke ruimte een naam en duid het verdeelbord en de teller aan.

    Meubels zijn niet nodig, maar een bad, een douche, een toilet of een keukeneiland helpen om een ruimte te herkennen. Werk op verhouding: een plan op schaal is het handigst, maar wat telt is dat de ruimtes in de juiste verhouding tot elkaar liggen en dat de punten straks op de juiste muur komen. Zet de buitenmaten van de woning en de maten van de ruimtes erbij, dan kan wie het plan leest afstanden inschatten.

    Gebruik namen die iedereen begrijpt: keuken, living, badkamer, slaapkamer 1, berging. Heeft de woning een tweede verdeelbord, bijvoorbeeld in de kelder of in de garage, teken het dan op zijn plaats en geef het een eigen naam, zodat duidelijk is welk bord welke kringen voedt.

    Grondplan van een gelijkvloers zonder elektrische punten: garage, berging en inkomhal met elk een trap, bureau, wc, keuken, living, eetkamer en tv-kamer, met de buitenmaten 17,00 m en 8,60 m, de maten van de ruimtes, meubels en sanitair, en in de garage het hoofdbord met de teller.
    Het gelijkvloers van het voorbeelddossier zoals het er na stap 2 bij ligt: de ruimtes met hun naam, de buitenmaten en de maten van de ruimtes, sanitair en meubels om de ruimtes te herkennen, en het hoofdbord met de teller. De elektrische punten komen er pas in stap 3 bij. Op ware grootte bekijken

    Waar het vaak misloopt

    • Een oud bouwplan wordt overgenomen terwijl er sindsdien verbouwd is. Leg elke muur naast wat je in stap 1 zag.
    • Het verdeelbord, een tweede bord of de teller staat niet op het plan. Wie het plan leest, weet dan niet waar hij een kring uitschakelt.
    • Er staat een schaal op het blad die na het afdrukken niet meer klopt.
  3. Stap 3: De symbolen op hun plaats zetten

    Zet elk punt dat je noteerde als symbool op het grondplan, op de plek waar het in werkelijkheid zit, en kies het symbool dat zegt wat het punt is.

    Een wandstopcontact komt tegen de juiste muur, een plafondlichtpunt waar het echt hangt, een schakelaar naast de deur aan de kant waar je hem vastneemt. Gebruik de gangbare AREI-symbolen. Het symbool zegt meer dan "hier is iets": een stopcontact toont of het enkel, dubbel of drievoudig is en of het een aarding heeft, en een kleine h ernaast betekent dat het spatwaterdicht is. Een schakelaar toont of hij enkelpolig of tweepolig is, een wisselschakelaar of een kruisschakelaar, een dimmer of een drukknop.

    Vaste toestellen krijgen hun eigen symbool: kookfornuis, oven, vaatwasmachine, wasmachine, droogkast, boiler. Zo ziet wie het plan leest welk toestel waar staat. Gebruik je een symbool dat niet in de gangbare reeks staat, of een eigen teken voor iets bijzonders, leg het dan uit in een legende op het blad. Twijfel je wat een symbool betekent, dan legt eendraads.be elk symbool apart uit.

    Uitsnede van een situatieschema: een keuken met vaatwasmachine I.1, kookfornuis G.1, oven H.1, microgolfoven M.2 en koelkast J.1 tegen de achtermuur, stopcontacten zoals K.1, L.2 en L.3, een LED-strip E-DM1.6.1 en zes spots E-DM1.5.1 tot E-DM1.5.6 rond het keukeneiland. Buiten de gevel de buitenunit AJ.1 van de warmtepomp.
    De keuken uit het voorbeelddossier. Elk toestel staat op zijn plaats met zijn eigen symbool en code. De spots hangen hier aan een domoticamodule en krijgen daarom een langere code. Op ware grootte bekijken

    Waar het vaak misloopt

    • Het symbool zegt iets anders dan wat er hangt: een dubbele contactdoos getekend als enkele, een wisselschakelaar als gewone schakelaar, een spatwaterdicht stopcontact zonder h.
    • Een punt komt op de verkeerde muur of in de verkeerde ruimte, omdat het pas aan het bureau werd ingetekend. Teken met je notities uit stap 1 naast je.
    • Een eigen teken voor een bijzonder toestel, maar nergens staat wat het betekent.
  4. Stap 4: Kringen opzoeken en punten nummeren

    Zoek per punt uit op welke automaat het hangt en zet bij elk symbool een code: de letter van die kring, zoals ze op het etiket in het bord staat, en een volgnummer.

    Dat opzoeken doe je in de woning: één automaat uit, alle ruimtes rond, en bij elk punt dat uitvalt de letter van die automaat noteren. Daarna geef je de punten van elke kring een volgnummer, zodat het tweede stopcontact op kring AA AA.2 heet. Een schakelaar krijgt in de praktijk geen eigen nummer maar dat van het lichtpunt dat hij bedient: in slaapkamer 2 van het voorbeeld hangt het lichtpunt C.4, en de twee schakelaars die het bedienen dragen ook C.4. Zo zie je op het plan welke schakelaar wat bedient, ook zonder lijnen te trekken.

    Hoe je die ronde langs de automaten aanpakt, wat je doet met drukknoppen en relais, en wat je noteert als een punt bij geen enkele automaat uitvalt, lees je op de pagina kringen opzoeken.

    Uitsnede van een situatieschema: slaapkamer 2 met een lichtpunt C.4 in het midden, twee wisselschakelaars C.4, de stopcontacten AA.1, AA.2 en AA.3 en een datacontactdoos X.9 naast het bed.
    Slaapkamer 2 uit het voorbeelddossier: het lichtpunt en de twee wisselschakelaars dragen dezelfde code C.4; de stopcontacten tellen op hun eigen kring door, AA.1 tot AA.3.

    Waar het vaak misloopt

    • Punten zonder code, vaak punten die later werden bijgetekend.
    • Twee verschillende punten met dezelfde code, of een letter die in het bord niet bestaat.
    • Een schakelaar met een andere letter dan het licht ernaast. Pas de code niet op goed geluk aan: noteer wat je vaststelde en laat het bij twijfel nakijken door een elektricien.
  5. Stap 5: Nalezen naast het eendraadschema

    Leg het situatieschema naast het eendraadschema en loop kring per kring na: elke code op het plan staat op het eendraadschema, en omgekeerd.

    Telt kring C op het eendraadschema tien punten, dan vind je er op de grondplannen samen ook tien. Een punt dat op het ene schema staat en op het andere niet, is meestal een vergeten punt of een tikfout. Kijk ook of geen enkele code twee keer voorkomt, en of elke letter overeenkomt met een automaat in het bord.

    Kijk daarna naar het blad zelf: adres, verdieping, datum en wie het opmaakte, een legende als je bijzondere symbolen gebruikt, en codes die je op het afgedrukte formaat kan lezen. Na een verbouwing of een uitbreiding pas je het schema aan: het moet de installatie tonen zoals ze vandaag is. De pagina nalezen in vier rondes zet dat om in een lijst om af te vinken.

    Waar het vaak misloopt

    • Kring C telt op het ene schema acht punten en op het andere negen.
    • Codes vallen over een muur of een maat, of zijn te klein op het formaat dat je indient.
    • Losse bladen zonder adres, verdieping of datum.

Verder in deze gids