Stap 4 uitgewerkt
Kringen opzoeken en de codes op het plan zetten
Automaat per automaat uitschakelen, noteren wat uitvalt en de codes op het grondplan zetten: zo koppel je in de woning elk punt aan zijn kring.
Na stap 3 staat elk punt als symbool op het grondplan, maar nog zonder code. Welke kring een punt voedt, zie je niet aan de muur. Je vindt het door de automaten in het bord één voor één uit te schakelen en te kijken wat er uitvalt. Dat kost een paar uur voor een woning, en het is het werk waar het situatieschema het meest aan wint.
Voorbereiden
Neem het grondplan uit stap 3 mee, op papier of op een tablet, en een pen in een kleur die afsteekt. Voor de stopcontacten heb je een stekkertester of een klein lampje nodig, voor de rest van de woning een helper met een gsm: één persoon aan het bord, één in de kamers. Zet vooraf alle lichten aan, ook buiten, zodat je ziet welke uitgaan.
Werk enkel met de automaten in het bord en open geen dozen. Denk aan wat even zonder stroom valt: de diepvriezer, een computer, een alarmcentrale, de pomp van de verwarming. Twijfel je of je dit veilig kan, laat het dan doen door een elektricien.
Een lijst van het bord
Schrijf eerst over wat er in het bord staat, rij per rij en van links naar rechts: per automaat de letter of de naam op het etiket en het kaliber. Staat er geen etiket, geef de automaat dan voorlopig een letter en kleef er een etiket bij. Die lijst is de ruggengraat van je codes: elke letter die straks op het plan komt, moet erop staan.
Hoe kringletters en puntnummers zelf zijn opgebouwd en hoe ze op het eendraadschema staan, wordt uitgelegd in het naslagwerk van eendraadschema-maken.be. Hier gaat het om het werk in de woning.
Eén automaat uit, de woning rond
Schakel één automaat uit en loop met het plan alle ruimtes af, ook de kelder, de zolder, de garage en buiten. Schrijf bij elk punt dat uitvalt de letter van die automaat. Lichtpunten zie je meteen. In elk stopcontact steek je de tester. Bij een vast toestel kijk je of het display dooft of de motor stilvalt. Zet de automaat daarna weer aan en neem de volgende.
Werk de lijst van het bord helemaal af, ook automaten waarvan je denkt te weten wat ze voeden. Een kring met stopcontacten loopt vaak door naar een tweede kamer of een andere verdieping, en net die punten worden vergeten. Op het einde moet elk symbool op het plan een letter hebben.
Volgnummers op het plan
Na de ronde staat bij alle punten van één kring dezelfde letter. Geef ze dan een volgnummer, in een volgorde die je later terugvindt: bijvoorbeeld per ruimte, met de klok mee vanaf de deur, of in de volgorde waarin de kabel van punt naar punt loopt als je dat weet. In de slaapkamer bovenaan lopen de stopcontacten zo van Z.1 tot Z.6.
Loopt een kring over twee verdiepingen, dan telt hij op het tweede blad gewoon door. Een meervoudige contactdoos is één punt met één nummer.
Schakelaars en drukknoppen
Een schakelaar valt niet zichtbaar uit; je ziet enkel wat hij doet. Bedien hem en kijk welk licht reageert. In de praktijk krijgt hij de code van dat lichtpunt: in slaapkamer 1 hangt het lichtpunt C.3, en de schakelaar bij de deur en die aan de andere kant van het bed dragen ook C.3. Doe die test bij elke schakelaar, ook als je denkt het antwoord te kennen.
Een drukknop die een impulsschakelaar of een domoticamodule in het bord stuurt, krijgt op het plan geen lichtpuntnummer. Er staat een pijl naar het relais dat hij stuurt. In de nachthal van het voorbeeld is dat →IR1, en de lichtpunten die IR1 schakelt, dragen dat ook in hun code: A-IR1.5.
Teken je in SUPLAN, dan krijgt een schakelaar het nummer van zijn lichtpunt als je hem met een getekende verbinding aan dat lichtpunt hangt. Een schakelaar die enkel aan de kring hangt, krijgt een eigen volgnummer.
De codes leesbaar zetten
Zet de code naast het symbool, aan de kant van de ruimte, en niet over een muur, een maat of een ander symbool. Gebruik op alle bladen dezelfde grootte, en lees ze na op het formaat dat je gaat indienen. Lange codes zoals F-DM2.7+8.1 vragen meer plaats; laat er ruimte voor in plaats van ze kleiner te zetten. In een tekenprogramma kan je de code meestal los van het symbool verschuiven.
Als iets niet klopt
Valt een punt bij geen enkele automaat uit, kijk dan of er nog een tweede bord is, in de kelder, de garage of een bijgebouw, en of de tester werkt. Vind je het niet, schrijf dan een vraagteken bij het punt in plaats van een letter te gokken. Valt een punt uit bij twee verschillende automaten, of schakelt een schakelaar een licht dat bij een andere automaat uitvalt dan je verwacht, noteer dan precies wat je zag.
Zulke punten los je niet op het plan op. Laat ze nakijken door een elektricien; of het zo mag blijven, beslist de keurder. Een open vraag op het plan is beter dan een code die er overtuigend uitziet en niet klopt.