Naar de inhoud

Taal: NL FR

Begin met tekenen

Bijzonder geval

Badkamer op het situatieschema: volumes 0, 1 en 2 intekenen

Badkamervolumes volgens het AREI van 2026: 1,20 m rond de watertoevoer van de douche, 0,60 m rond het bad, wat waar mag en de kring achter 30 mA.

Uitgegeven door SUPCON BV · gepubliceerd op · nagekeken op

Bij geen enkele ruimte kijkt een keurder zo nauwkeurig naar het situatieschema als bij de badkamer. Rond het bad en de douche legt het AREI zones vast, in het reglement volumes genoemd, en wat er in een volume mag, hangt af van hoe dicht het bij het water zit. Bij een douche vertrekken die zones van de vaste watertoevoer, bij een bad van de rand van de kuip. Je ziet ze op een plan dus alleen als het sanitair en de watertoevoeren op de juiste plaats en op de juiste maat staan. Hieronder lees je hoe je de badkamer tekent, van het opmeten tot de codes, en wat de keurder daarbij naleest.

De maten en regels op deze pagina komen uit hoofdstuk 7.1 van AREI Boek 1, "Ruimten die een bad en/of douche bevatten", in de gecoördineerde tekst van de FOD Economie, versie 06 van 29 oktober 2025. Die indeling geldt voor werken die vanaf 1 maart 2025 begonnen; wat er voor een oudere badkamer geldt, staat bij de vragen onderaan. Of de installatie conform is, beslist de keurder.

Uitsnede in kleur van verdieping +1 van een voorbeeldwoning: links de dressing met kasten, een stopcontact Z.4 en het lichtpunt C.1 met zijn schakelaars; rechts de badkamer met ligbad, douche, twee lavabo's en een wc, de stopcontacten Q.1 met een h en Q.5, het plafondlicht Q.4, de spots Q.2 en Q.3 en de ventilator R.2.
De dressing en de badkamer op verdieping +1 van de voorbeeldwoning, getekend in SUPLAN: ligbad, douche, twee lavabo's en een wc op hun plaats, de punten Q.1 tot Q.5 van de badkamerkring en de ventilator R.2. De schakelaar van Q.2 zit buiten, in de nachthal. De volumes zijn niet ingetekend: dat doe je zelf, zoals in stap 3.

1. Bad, douche en watertoevoeren opmeten

Meet de badkamer, de plaats en de buitenmaat van het bad, de douche en elke lavabo, en noteer waar elke vaste watertoevoer van bad en douche zit: de badkraan, de vaste sproeikop en de kraan waarop de handdouche aangesloten is.

Noteer daarbij hoe diep de douchebak is. Vanaf 0,10 m diep is de binnenkant van de bak volume 0; bij een ondiepere bak of een inloopdouche zonder bak ligt volume 0 als een laag van 0,10 m op de vloer, tot 1,20 m van de watertoevoer. Meet bij het bad hoe hoog de bodem van de kuip ligt, want volume 1 reikt tot 2,25 m boven het hoogste niveau waarop je in de kuip kan staan. Kijk verder welke wanden vast zijn en hoe hoog ze komen, waar de deuren zitten en naar welke kant ze draaien, en of er een vals plafond hangt. Een douchegordijn, een schuifwand of een wand die je zonder gereedschap wegneemt, telt voor het AREI niet als vaste wand.

2. Het sanitair en de watertoevoeren op ware grootte tekenen

Teken bad, douche en lavabo's met hun echte buitenmaat op hun echte plaats en zet een merkteken op elke vaste watertoevoer: rond het bad meet je vanaf de rand, bij een douche vanaf het midden van die watertoevoer.

Zet ook de wc en een vaste handdoekradiator op het plan. Ze maken de ruimte herkenbaar voor wie het schema later leest. Een badmeubel met spiegelkast teken je mee als er verlichting in zit. Bij de douche is het merkteken op de watertoevoer belangrijker dan de omtrek van de bak: een mengkraan tegen de zijwand legt de cirkels van stap 3 op een andere plaats dan een regendouche in het midden.

In SUPLAN staan ligbad, douche en wastafel in de bibliotheek Inrichting, onder Sanitair; de uitleg bij elk symbool wijst op de AREI-volumes. Heeft het plan een schaal in meter, dan komen ze op ware grootte (een ligbad standaard 1,70 op 0,75 m). De volumes zelf tekent of controleert SUPLAN niet.

3. De volumes en de ruimte aanduiden

Trek rond het bad de grenzen van volume 1 en volume 2, rond elke vaste watertoevoer van de douche een cirkel van 1,20 m voor volume 1, en duid aan waar een vaste wand of een deur een volume of de ruimte afsnijdt.

  • Volume 0 is de binnenkant van het bad. Bij een douchebak van minstens 0,10 m diep is het de binnenkant van de bak, tot 0,10 m boven de bodem waarop je staat; zonder bak, of met een ondiepere bak, is het de laag van 0,10 m boven de vloer binnen 1,20 m van het midden van elke vaste watertoevoer.
  • Volume 1 bij een bad wordt begrensd door het verticale vlak op de buitenrand van de kuip en reikt tot 2,25 m boven het hoogst betreedbare niveau van de bodem, of tot de hoogste watertoevoer als die hoger zit. De ruimte onder het bad hoort erbij.
  • Volume 1 bij een douche is alles binnen 1,20 m van het midden van elke vaste watertoevoer, van de vloer tot 2,25 m hoog, of tot het hoogste bevestigingspunt van de watertoevoer als dat hoger ligt. Reikt een douchebak van minstens 0,10 m diep verder dan 1,20 m, dan schuift de grens mee tot zijn rand. Ook de ruimte onder de douchebak hoort bij volume 1.
  • Volume 2 bestaat enkel bij een bad: een strook van 0,60 m rond volume 1, even hoog. Voor een douche bepaalt het AREI geen volume 2.
  • De ruimte zelf loopt tot 4 m van de vaste watertoevoeren en tot 3 m boven de afgewerkte vloer, of tot een lager plafond of een vals plafond dat dicht is en enkel met gereedschap open kan. Een vaste wand van minstens 2,25 m hoog, of een wand tot aan het plafond, sluit ze af.

Op het grondplan wordt dat een contour op de rand van het bad voor volume 1 en een tweede contour 0,60 m verder voor volume 2; rond de douche een cirkel met een straal van 1,20 m vanuit elke vaste watertoevoer. Gebruik een stippellijn in een neutrale kleur, zodat ze niet op een leiding of een muur lijkt, en zet het cijfer van het volume erin. Waar een vaste wand het water tegenhoudt, stopt de lijn. Staat de douche in volume 1 van het bad, dan gelden de volumes van het bad. Heeft de douche twee vaste watertoevoeren, zoals een regendouche en een handdouche, teken dan beide cirkels: de strengste combinatie telt.

Bij deuren maakt het AREI een onderscheid. Voor de grens van de ruimte telt een deur in een vaste wand als gesloten. Voor de volumes telt een deur die er geheel of gedeeltelijk in ligt als volledig open, en als een vaste wand die het volume kan inperken. Een douchedeur die bij de douche hoort en onderaan aansluit op volume 1, geldt als gesloten. Teken de deuren dus met hun draairichting. De tekeningen in 7.1.3.3 en 7.1.3.4 van het AREI tonen een reeks gevallen in boven- en vooraanzicht; ze illustreren de regel, maar zijn geen volledige lijst.

4. Elk punt in het juiste volume zetten

Teken lichtpunten, spiegelverlichting, stopcontacten, schakelaars, ventilator en handdoekradiator op hun echte plaats en kijk bij elk punt in welk volume het valt en wat het AREI daar toelaat.

  • In volume 0 mogen enkel vaste toestellen die de fabrikant voor dat volume geschikt verklaart, permanent aangesloten en gevoed op zeer lage veiligheidsspanning (ZLVS), met de bron buiten de volumes 0 en 1. Een stopcontact of een losse bediening hoort er niet.
  • In volume 1 mogen vaste toestellen, stopcontacten en bedieningen op ZLVS, met de bron buiten de volumes 0 en 1. Een vast toestel op laagspanning mag er ook, als de fabrikant het voor volume 1 geschikt verklaart en het permanent aangesloten is, dus niet via een stopcontact; zijn eigen bediening werkt dan op ZLVS.
  • In volume 2, dus enkel bij een bad, mogen vaste toestellen, vast aangesloten of via een stopcontact; bedieningen, ook een gewone schakelaar op laagspanning; stopcontacten op ZLVS; en stopcontacten op laagspanning die achter een differentieel van hoogstens 10 mA hangen of elk een eigen beschermingstransformator van hoogstens 100 W hebben.
  • In de volumes 0, 1 en 2 hoort geen schakel- en verdeelbord en geen materieel dat toestellen in een andere ruimte voedt of beveiligt. Een aftakdoos is in volume 0 verboden.

Een gewone schakelaar mag dus in volume 2 van een bad, maar niet in volume 1 van bad of douche. Een stopcontact op laagspanning blijft bij een douche buiten de cirkel van 1,20 m. In het voorbeeld hangt de spot Q.2 vlak bij de douche. Ligt hij binnen 1,20 m van de vaste watertoevoer én lager dan 2,25 m boven de vloer of de bodem van de douchebak (of lager dan het hoogste bevestigingspunt van de watertoevoer, als dat hoger zit), dan hangt hij in volume 1: dan werkt hij op ZLVS, of is hij vast aangesloten en door de fabrikant geschikt verklaard voor volume 1. Hangt hij hoger, dan valt hij buiten volume 1. Teken zulke punten op hun echte plaats en zet de afstand tot de watertoevoer erbij als het krap is. Voor de leidingen in de badkamer en in de wanden tot 5 cm diep geldt: geen metalen delen zoals een stalen buis of wapening, en in de volumes 1 en 2 enkel de leidingen die het materieel binnen de volumes voeden.

5. De kring achter 30 mA en een code bij elk punt

Geef elk punt in de badkamer de code van zijn kring en kijk na dat elke kring die de ruimte voedt achter een differentieel van hoogstens 30 mA hangt, na het algemene differentieel en buiten de badkamer geplaatst.

Elke stroombaan die de ruimte met het bad of de douche voedt, hangt achter een of meer differentiëlen met hoge of zeer hoge gevoeligheid, dus van hoogstens 30 mA. In een woning hangen ze stroomafwaarts van het algemene differentieel, en ze staan altijd buiten de badkamer (onderafdeling 7.1.4.3). Uitgezonderd zijn kringen op ZLVS, kringen met veiligheidsscheiding en veiligheidsinstallaties; veiligheidsscheiding mag er bovendien maar één toestel of één stopcontact per kring voeden. De badkamerkring mag ook punten in andere ruimtes voeden. Op het situatieschema zie je het differentieel niet, op het eendraadschema wel. Daarom moet elke code in de badkamer, zoals Q.1 tot Q.5 in het voorbeeld, op beide schema's dezelfde zijn. Op eendraadschema-maken.be lees je welke kringen een 30 mA nodig hebben.

In SUPLAN is de badkamerkring Q van het voorbeeld een gemengde kring achter een 30 mA. Hangt een natte of specifieke kring achter een minder gevoelig differentieel of achter geen enkel, dan meldt de keuringscheck dat ze achter een 30 mA hoort.

6. De bijkomende equipotentiaalverbinding tekenen

Duid aan hoe de bijkomende equipotentiaalverbinding de massa's, de metalen leidingen, een metalen bad en andere geleidende delen in de hele badkamer met elkaar verbindt, met een EV-klem op elke buis.

Volgens 7.1.4.4 verbindt die verbinding plaatselijk alle massa's en alle gelijktijdig aanraakbare vreemde geleidende delen in de ruimte met het bad of de douche, dus niet alleen binnen de volumes. Figuur 7.1 van het AREI toont als voorbeeld de metalen afvoer, de metalen water- en verwarmingsleidingen, een metalen badkuip, metalen deurlijsten, een metalen radiator en de massa's van een stopcontact en een armatuur van klasse I. Erbuiten vallen materieel op ZLVS, kunststof leidingen, radiatoren die enkel via zulke leidingen gevoed worden, en de metalen kast van materieel van klasse II. Teken de EV-klem op elke buis die je verbindt en de geleider ertussen; die geleider heeft een geelgroene isolatie.

In SUPLAN teken je de bijkomende equipotentiaalverbinding als leiding in de categorie Aarding, met een EV-klem op de buis. De app geeft als doorsnede minstens 2,5 mm² koper als de geleider mechanisch beschermd is en anders 4 mm², met de verwijzing naar AREI 5.4.4.2 en 7.1.4.4.

7. De uitwendige invloeden per zone nagaan

Ga voor elk volume en voor de rest van de badkamer na welke klasse voor water er geldt en welke beschermingsgraad het materieel daar minstens moet hebben, en noteer dat naast het plan als hulpmiddel bij de keuze van het materieel.

Tabel 7.3 van het AREI legt per zone de uitwendige invloeden vast, en de beschermingsgraad volgt uit de klasse voor water. Tabel 5.4 koppelt elke AD-klasse aan een minimale bescherming tegen water; zo kom je op:

  • volume 0: AD7 en BB3, dus minstens IPX7;
  • volume 1: minstens AD4 en BB3, dus minstens IPX4;
  • volume 2: AD4 en BB2, dus IPX4, behalve voor een stopcontact op laagspanning, waarvoor IPXX volstaat;
  • de rest van de badkamer: AD2 en BB2, dus minstens IPX1, en ook hier IPXX voor een stopcontact op laagspanning.

In een woning horen daar voor de aanraking van de aardpotentiaal BC4, BC3, BC3 en BC2 bij. Beslaat een toestel meer dan één zone, dan gelden de strengste eisen. Een document van de uitwendige invloeden vraagt het AREI voor een woning niet (onderafdeling 3.1.2.1 b; afdeling 9.1.6): deze klassen dienen om het juiste materieel te kiezen. Wie ze voor de hele woning in een tabel per ruimte zet, vindt de werkwijze op de pagina over uitwendige invloeden per ruimte.

De voorinstelling Badkamer in SUPLAN vult AD3, BB2 en IP44 in als vertrekpunt, voor de hele ruimte; in de volumes ga je naar de strengere klassen van tabel 7.3. Zo werkt de tabel in de app: de tabel met uitwendige invloeden in SUPLAN.

Wat de keurder naleest

Met het plan in de hand vergelijkt de keurder wat hij ziet met wat er getekend staat. In de badkamer kijkt hij of het sanitair en de watertoevoeren op hun plaats staan, of elk lichtpunt, stopcontact en toestel een code heeft, en of wat in volume 1 hangt op ZLVS werkt of vast aangesloten is en daarvoor geschikt. Een stopcontact in volume 2 hoort achter 10 mA of een eigen transformator. Naast het eendraadschema kijkt hij of elke kring van de badkamer achter een differentieel van hoogstens 30 mA hangt, en hij zoekt de bijkomende equipotentiaalverbinding op de buizen. Hoe je het hele schema in rondes naleest, staat bij nalezen in vier rondes; wat er verder op een blad hoort, bij de onderdelen van een situatieschema.

Vragen die vaak terugkomen

Moet ik de volumes echt op het situatieschema tekenen?

Het situatieschema moet vooral elk punt met zijn code op de juiste plaats tonen. De volumes zelf intekenen is een gangbare manier om te tonen dat die plaats klopt, en het spaart de keurder meetwerk. Of hij ze op het plan wil zien, beslist hij zelf.

Mag er een stopcontact naast de lavabo?

Een lavabo heeft zelf geen volumes: het hangt af van waar hij staat tegenover bad en douche. Binnen 1,20 m van de vaste watertoevoer van een douche, of in volume 1 van een bad, mag enkel een stopcontact op zeer lage veiligheidsspanning. In volume 2 van een bad mag een stopcontact op laagspanning als het achter een differentieel van hoogstens 10 mA hangt of een eigen beschermingstransformator van hoogstens 100 W heeft. Verder weg mag een gewoon stopcontact, dat zoals elke kring van de badkamer achter hoogstens 30 mA hangt.

Waar houdt de badkamer op voor het AREI?

De ruimte met een bad of een douche reikt tot 4 m van de vaste watertoevoeren en tot 3 m boven de afgewerkte vloer, tenzij een vaste wand van minstens 2,25 m hoog, of een wand tot aan het plafond, ze eerder afsluit. Een deur in zo'n wand telt voor die grens als gesloten. Voor de volumes telt dezelfde deur, als ze erin ligt, als volledig open. Teken de deuren dus met hun draairichting.

Hoort de handdoekradiator op het situatieschema?

Ja, een vast aangesloten handdoekradiator krijgt een symbool en een code zoals elk ander vast toestel. Teken hem op zijn echte plaats. In volume 2 van een bad mag een vast toestel, vast aangesloten of via een stopcontact. In volume 1 enkel als hij op zeer lage veiligheidsspanning werkt, of als de fabrikant hem voor volume 1 geschikt verklaart en hij permanent aangesloten is.

Mijn badkamer is van vóór maart 2025. Gelden de nieuwe volumes dan?

Voor een badkamer waarvan de werken vóór 1 maart 2025 begonnen, laat het AREI in een afwijking (onderafdeling 6.5.8.1, punt 3) het vroegere stelsel toe: volume 1 tot de rand van bad of douchebak, of een cirkel van 0,60 m onder de sproeikop, met daarnaast de volumes 1bis, 2 en 3. Dat blijft ook gelden bij een wijziging die niet belangrijk is. Begonnen de werken vóór die datum en volgt de keuring later, dan meldt wie de keuring aanvraagt dat aan het erkend organisme, dat het in het verslag vermeldt. Welke regels voor jouw badkamer gelden, beslist de keurder.

Begin met tekenen