Bijzonder geval
Uitwendige invloeden per ruimte bepalen: AD, BB en IP
Uitwendige invloeden per ruimte bepalen: de codes AD, AE, AA, BA en BB, de IP-graad die eruit volgt, een tabel per ruimte en de codes van AA tot CB.
Een stopcontact in de slaapkamer en een stopcontact in de garage zien er op het situatieschema bijna hetzelfde uit. Toch moet het tweede meer verdragen: water van een natte auto, stof, een stoot met de fiets. Het AREI vat zulke omstandigheden samen in de uitwendige invloeden, met een code per soort en een cijfer per zwaarte. Het materieel moet passen bij de invloeden van de ruimte waarin het komt. Bepaal ze dus per ruimte, dan lees je af welke beschermingsgraad het daar nodig heeft. Voor een woning vraagt het AREI geen document van de uitwendige invloeden (onderafdeling 3.1.2.1 b; afdeling 9.1.6): de tabel op deze pagina is een hulpmiddel om het juiste materieel te kiezen.
Wat uitwendige invloeden zijn
Hoofdstuk 2.10 van AREI Boek 1 deelt de uitwendige invloeden in drie groepen in, volgens de eerste letter van de code: A voor de omgeving (temperatuur, water, stof, trillingen), B voor het gebruik (wie er komt, of de mensen nat zijn, hoe ze een ruimte verlaten) en C voor de constructie van het gebouw. De tweede letter zegt welke invloed het is, het cijfer hoe zwaar. AD3 betekent dus: aanwezigheid van water, derde klasse. Omdat de omstandigheden per ruimte verschillen, bepaal je ze ook per ruimte. Het AREI kent een document van de uitwendige invloeden, maar eist het enkel bij een niet-huishoudelijke installatie, zoals een kantoor of een werkplaats (3.1.2.1 b); de regels voor dat document in afdeling 9.1.6 gelden niet voor huishoudelijke installaties. In een woning telt dat het gekozen materieel bij de invloeden past (afdeling 5.3.2).
1. De ruimtes oplijsten
Schrijf per bouwlaag elke ruimte op met de naam die ze op het situatieschema draagt, ook de kelder, de zolder, de garage, het terras en de bijgebouwen.
Gebruik dezelfde namen als op het plan, zodat de tabel en het situatieschema elkaar niet tegenspreken. Een open keuken met eethoek is één ruimte; een badkamer met een aparte douche telt als twee als er een muur tussen staat. Vergeet de buitenkant niet: de gevel met zijn stopcontact, de oprit, het terras.
2. De codes per ruimte bepalen
Vertrek van een gewone droge ruimte en noteer per ruimte enkel wat afwijkt: water (AD), stof (AE), temperatuur (AA), wie er komt (BA) en de toestand van het lichaam (BB).
Een woonkamer of slaapkamer blijft bij de laagste klassen: droog, geen stof van betekenis, gewone personen. Voor de andere ruimtes vraag je je per letter af wat er gebeurt. Wordt de vloer nat gemaakt? Komt er stof binnen? Wordt het er warmer dan in de rest van de woning, zoals onder een dak? Komen er enkel mensen die weten wat ze doen, zoals in een technische ruimte? In de buurt van een bad of douche legt het AREI de klassen per volume zelf vast; dat staat bij de badkamer op het situatieschema.
3. De IP-graad afleiden
Leid uit de codes de beschermingsgraad af die het materieel in die ruimte minstens moet hebben, met het tweede cijfer van de IP-code voor water.
Het eerste cijfer van een IP-code staat voor de bescherming tegen voorwerpen en stof, het tweede voor water. Tabel 5.4 van het AREI koppelt elke AD-klasse aan een minimum voor dat tweede cijfer: IPX0 bij AD1, IPX1 bij AD2, IPX3 bij AD3, IPX4 bij AD4, en zo verder tot IPX8 bij AD8. Tabel 5.5 doet hetzelfde voor stof: IP3X bij AE2, IP4X bij AE3 en bij AE4 IP5X, of IP6X als het stofdicht moet zijn. De voorinstellingen van SUPLAN mikken vooral op water: IP44 voor een ruimte met AD3 en IP55 voor AD4 buiten. Zet je een ruimte op AE4, zoals die voorinstellingen voor garage en kelder doen, verhoog dan ook het eerste cijfer tot minstens 5. Rond bad en douche geldt tabel 7.3 met haar klassen per volume.
4. De codes in een hulptabel zetten
Zet de ruimtes met hun codes en hun IP-graad in een tabel, met dezelfde ruimtenamen als op het situatieschema, als hulpmiddel bij de keuze van het materieel.
Een eenvoudige tabel volstaat: een rij per ruimte, een kolom per code die afwijkt van de droge ruimte, en een kolom voor de IP-graad. Zet de bouwlaag erbij als dezelfde naam op twee bladen voorkomt. Bij een woning is die tabel geen verplicht stuk van het dossier; ze helpt je bij de keuze van het materieel en bij het nalezen. Hoe zo'n tabel in de app werkt, staat op de pagina over de tabel met uitwendige invloeden in SUPLAN.
5. Nakijken of de symbolen kloppen
Loop het plan na en kijk of de beschermingsgraad van elk stopcontact en elk toestel past bij de klasse van zijn ruimte, met de h of de IP-aanduiding erbij waar dat nodig is.
Bij een stopcontact wijst een kleine h naast het symbool op een half-waterdichte, waterdichte of hermetische uitvoering (tabel 2.23). Een armatuur in een vochtige ruimte krijgt zijn IP-graad als opschrift. Valt een gewoon stopcontact in een ruimte met AD3, dan klopt het plan of de installatie niet. In een badkamer gaat tabel 7.3 voor: buiten de volumes en in volume 2 laat ze voor een stopcontact op laagspanning IPXX toe. Welke symbolen daarvoor bestaan, toont eendraads.be met de symbolen voor natte ruimtes en buiten. In de ronde door de woning bij het nalezen neem je de tabel mee.
Tabel per ruimte
De voorinstellingen van SUPLAN voor een woning, als vertrekpunt. Een kolom zonder eigen waarde staat op de basislijn van een droge ruimte (AA4, AD1, AE1, BA1, BB1, IP20). Het AREI noemt bij AD2, tijdelijk vochtig, onder meer bepaalde keukens, kelders, overdekte terrassen, wc's en individuele garages als voorbeeld; de voorinstelling kiest voor keuken, kelder, garage en terras AD3. Kijk dus naar hoe de ruimte gebruikt wordt en pas de klasse aan.
Uitwendige invloeden per ruimte, voorinstelling in SUPLAN
| Ruimte | AD | AE | AA | BA | BB | IP |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Badkamer | AD3 | AE1 | AA4 | BA1 | BB2 | IP44 |
| Doucheruimte | AD3 | AE1 | AA4 | BA1 | BB3 | IP44 |
| Toilet / wc | AD2 | AE1 | AA4 | BA1 | BB1 | IP21 |
| Keuken | AD3 | AE1 | AA4 | BA1 | BB1 | IP44 |
| Wasplaats | AD2 | AE4 | AA4 | BA1 | BB2 | IP24 |
| Kelder | AD3 | AE4 | AA4 | BA1 | BB1 | IP44 |
| Garage | AD3 | AE4 | AA5 | BA1 | BB1 | IP44 |
| Terras (overdekt) | AD3 | AE4 | AA5 | BA1 | BB2 | IP44 |
| Tuinhuis / buitenberging | AD3 | AE4 | AA5 | BA1 | BB2 | IP44 |
| Buiten / tuin | AD4 | AE4 | AA5 | BA1 | BB2 | IP55 |
| Zolder | AD1 | AE4 | AA6 | BA1 | BB1 | IP20 |
| Technische ruimte | AD2 | AE4 | AA5 | BA4 | BB1 | IP21 |
De codes van AA tot CB
De zeventien categorieën met hun klassen, zoals de tabellen 2.6 tot 2.21 van AREI Boek 1 ze benoemen. De keuzelijst in SUPLAN omschrijft een aantal klassen anders, bijvoorbeeld AD3 als sproeiwater en AD4 als spatwater, en kent ook AE5, AE6 en AN3, die het AREI niet heeft. Voor een Belgische keuring volg je de indeling hieronder. In een woning blijven de meeste categorieën op hun eerste of normale klasse; ze tellen vooral in een werkplaats, een stal of een zaal waar veel mensen samenkomen.
Categorieën van uitwendige invloeden en hun klassen volgens het AREI
| Code | Invloed | Klassen |
|---|---|---|
| AA | Omgevingstemperatuur | AA1 uiterst koud (-60 tot +5 °C) · AA2 zeer koud (-40 tot +5 °C) · AA3 koud (-25 tot +5 °C) · AA4 gematigd (-5 tot +40 °C) · AA5 warm (+5 tot +40 °C) · AA6 zeer warm (+5 tot +60 °C); onder bijzondere voorwaarden AA7 (-15 tot +25 °C) en AA8 (+5 tot +30 °C) |
| AD | Aanwezigheid van water | AD1 te verwaarlozen · AD2 tijdelijk vochtig (vallende druppels) · AD3 vochtig (besprenkeling, regen) · AD4 nat (spatten in alle richtingen) · AD5 besproeid (waterstralen) · AD6 inwerking van watermassa's · AD7 overstroomd (tot 1 m diep) · AD8 ondergedompeld (dieper dan 1 m) |
| AE | Vreemde vaste lichamen | AE1 grote afmetingen · AE2 kleinste afmeting 2,5 mm · AE3 kleinste afmeting 1 mm · AE4 stofdeeltjes |
| AF | Corrosieve of vervuilende stoffen | AF1 verwaarloosbaar · AF2 van atmosferische oorsprong · AF3 afwisselend of toevallig · AF4 bestendig |
| AG | Mechanische belasting door schokken | AG1 tot 1 J · AG2 tot 6 J · AG3 tot 60 J |
| AH | Mechanische belasting door trillingen | AH1 zwak · AH2 middelmatig · AH3 belangrijk |
| AK | Flora en schimmelvorming | AK1 verwaarloosbaar · AK2 mogelijk, speciale bescherming |
| AL | Fauna | AL1 verwaarloosbaar · AL2 mogelijk, speciale bescherming |
| AM | Elektromagnetische, elektrostatische of ioniserende invloeden | AM1 geen schadelijke invloed · AM2 zwerfstromen · AM3 elektromagnetische stralingen · AM4 ioniserende stralingen · AM5 elektrostatische invloeden · AM6 inductiestromen |
| AN | Zonnestraling | AN1 te verwaarlozen · AN2 schadelijk door duur of intensiteit |
| BA | Bekwaamheid van personen | BA1 gewone · BA2 kinderen · BA3 gehandicapten · BA4 gewaarschuwden · BA5 vakbekwamen |
| BB | Toestand van het menselijk lichaam | BB1 droge huid of vochtig door transpiratie · BB2 natte huid · BB3 in water ondergedompelde huid |
| BC | Aanraking van de aardpotentiaal | BC1 geen · BC2 zwak · BC3 veelvuldig · BC4 voortdurend |
| BD | Ontruiming in noodgevallen | BD1 normaal · BD2 lang · BD3 overbezet · BD4 lang en overbezet |
| BE | Aard van de behandelde of opgeslagen goederen | BE1 verwaarloosbaar risico · BE2 brandgevaar · BE3 ontploffingsgevaar · BE4 gevaar voor bezoedeling |
| CA | Bouwmaterialen | CA1 niet-brandbaar · CA2 brandbaar |
| CB | Structuur van de gebouwen | CB1 verwaarloosbare risico's · CB2 verspreiding van het vuur · CB3 bewegend · CB4 instabiel of buigzaam |
Vragen die vaak terugkomen
Moet de tabel met uitwendige invloeden bij het situatieschema?
Voor een woning niet. Het AREI vraagt een document van de uitwendige invloeden enkel bij een niet-huishoudelijke installatie (onderafdeling 3.1.2.1 b), en afdeling 9.1.6 over dat document geldt niet voor huishoudelijke installaties. Wat wel geldt: het materieel moet passen bij de invloeden van zijn ruimte (afdeling 5.3.2, tabellen 5.4 en 5.5). De tabel is dus een hulpmiddel om het juiste materieel te kiezen. Leg je ze toch bij het situatieschema, dan maakt ze het plan makkelijker te lezen.
Waarom staat de garage op IP44 en niet op IP20?
Omdat er water binnenkomt met een natte auto of bij het schoonmaken, en stof van de straat. De voorinstelling in SUPLAN zet de garage daarom op AD3 en AE4, met IP44. Het AREI noemt individuele garages als voorbeeld bij AD2, tijdelijk vochtig, en vraagt bij AE4 voor stof minstens IP5X: kijk dus naar de garage zelf en pas klasse en IP-graad aan.
Wat is het verschil tussen een AD-code en een IP-code?
De AD-code beschrijft de ruimte: hoeveel water er kan zijn. De IP-code beschrijft het materieel: hoe goed een stopcontact of armatuur afgeschermd is tegen voorwerpen en water. Uit de AD-klasse van de ruimte volgt welke IP-graad het materieel minstens moet hebben.