Bijzonder geval
Eendraadschema of situatieschema kwijt? Zo los je het op
Eendraadschema of situatieschema kwijt vlak voor de keuring? Waar je zoekt, wat je navraagt en hoe je beide schema's vanuit het bord opnieuw opmaakt.
De woning staat te koop, de keuring is ingepland en de map met de elektriciteitsplannen is nergens te vinden. Het komt vaak voor: schema's verdwijnen bij een verhuis, blijven bij een vorige eigenaar liggen of hingen in een plastic hoes in de kelder tot die vochtig werd. Deze pagina zegt in welke volgorde je zoekt, wat je kan navragen en hoe je beide schema's opnieuw opmaakt als ze echt weg zijn.
Waarom de keurder beide schema's vraagt
Bij een keuring van een woning legt de keurder twee documenten naast de installatie: het eendraadschema, dat de kringen vanuit het verdeelbord toont, en het situatieschema, dat per verdieping toont waar elk punt zit. De codes verbinden ze: in het AREI krijgt elk lichtpunt en elk stopcontact op het situatieplan de letter van zijn kring en het nummer dat het op het eendraadschema heeft. Zo kan de keurder een stopcontact in een kamer terugvinden in het bord, en omgekeerd. Zonder schema's mist hij dat houvast, en de schema's moeten ook overeenstemmen met wat er vandaag in de woning zit.
1. Eerst grondig zoeken
Kijk in het vorige keuringsverslag en zijn bijlagen, bij de installateur die de woning bekabelde, in het dossier van de vorige eigenaar of de notaris, en aan de binnenkant van de deur van de verdeelkast.
Een vorig keuringsverslag verwijst vaak naar de schema's of had ze als bijlage. Een installateur bewaart soms een digitale versie, zeker als hij de woning niet zo lang geleden bekabelde. Bij een aankoop loont het om de vorige eigenaar aan te spreken: volgens afdeling 9.1.2 van het AREI houdt de eigenaar het dossier van de installatie bij, met de schema's en de verslagen, en geeft hij het door aan wie de woning na hem krijgt. Ook de notaris kan het hebben. En in veel woningen hangen de schema's in een hoesje aan de deur van de verdeelkast of liggen ze op de zolder bij de bouwplannen.
2. Een duplicaat vragen bij het keuringsorganisme
Vraag het erkend organisme dat de installatie of de laatste belangrijke wijziging keurde om een duplicaat van de ondertekende schema's en het verslag, met het adres, de datum en het nummer van die keuring erbij.
Na de keuring van een nieuwe installatie of van een belangrijke wijziging die conform is, ondertekenen en dateren twee partijen de schema's: wie de werken uitvoerde en het erkend organisme. Het organisme bewaart daarna vijf jaar een kopie van het verslag en van de ondertekende schema's. Binnen die vijf jaar kan de eigenaar, de uitbater of de beheerder bij dat organisme een duplicaat vragen. Het organisme mag daarvoor een vergoeding vragen, maar die mag niet hoger liggen dan de prijs van een controle (onderafdeling 3.1.2.1 a). Vermeld het adres, de datum van de keuring en het nummer van het verslag als je het hebt. Ligt die keuring verder terug dan vijf jaar, dan valt de bewaarplicht weg; vragen kan nog, maar reken er niet op.
3. De kringen opnieuw opnemen, automaat per automaat
Lukt dat niet, zet dan in het bord de automaten één voor één af en schrijf op welke punten en toestellen daarbij zonder spanning vallen.
Geef elke automaat een letter als hij er nog geen heeft en schrijf per letter de punten op, verdieping per verdieping. Een stekkertester en een helper aan het bord maken het veel sneller. Een punt dat bij geen enkele automaat uitvalt, krijgt een vraagteken en wordt nagekeken. Hoe je die ronde aanpakt, met schakelaars en drukknoppen, staat uitgebreid bij kringen opzoeken.
4. Het situatieschema tekenen
Teken per verdieping het grondplan met elk punt op zijn plaats en zet bij elk punt de letter van zijn kring en een volgnummer.
Heb je geen bouwplan meer, dan meet je de ruimtes op en teken je ze in de juiste verhouding. Elk lichtpunt, stopcontact, elke schakelaar en elk vast toestel komt op zijn muur, met zijn code. Een schakelaar draagt de code van het licht dat hij bedient. Het hele traject staat in de vijf stappen op de startpagina; wat er per blad hoort, bij de onderdelen van een situatieschema.
5. Het eendraadschema opstellen vanuit het bord
Stel het eendraadschema op vanuit wat in het bord zit, met dezelfde kringletters en volgnummers als op het situatieschema.
Per kring noteer je het kaliber van de automaat, de doorsnede van de kabel als je die kan zien, het differentieel waarachter hij hangt en de punten in de volgorde van het situatieschema. Hoe je dat bord omzet in een leesbaar eendraadschema, beschrijft het naslagwerk op eendraadschema-maken.be: het eendraadschema opstellen vanuit het verdeelbord.
6. Beide schema's samen nalezen
Lees de twee schema's naast elkaar na: elke code bestaat op beide, elke kring telt evenveel punten, en de datum en de naam van wie ze opmaakte staan erop.
Zet op elk blad een titelblok met het adres, de verdieping, de datum en wie het opmaakte; het AREI vraagt bij schema's een nummer, een versie en een datum, en voor nieuwe installaties en belangrijke wijzigingen ook de naam, de hoedanigheid en het btw-nummer van wie de werken uitvoerde. Een lijst om af te vinken vind je bij nalezen in vier rondes.
Is een situatieschema verplicht?
Voor een nieuwe installatie, en voor een belangrijke wijziging of uitbreiding, schrijft het AREI voor dat wie de werken uitvoerde een eendraadschema en een situatieplan opstelt. Daarnaast moet elke wijziging op het situatieplan terechtkomen, zodat het altijd de bestaande toestand toont. Voor een oude installatie, aangelegd vóór 1 oktober 1981, laat het AREI vereenvoudigde schema's toe (afdeling 8.2.1, punt 7): het situatieplan toont dan minstens waar stopcontacten, schakelaars, lichtpunten en vaste toestellen zitten, een markering van de punten is niet nodig en de twee schema's hoeven niet met elkaar overeen te stemmen. Wordt zo'n woning verkocht zonder schema's, dan gaat de keuring toch door: de keurder schetst de installatie zelf en vermeldt het ontbreken van de schema's als inbreuk in zijn verslag (8.4.2.2 d).
Zelf, met software of laten tekenen
Op papier kan het, zeker voor een kleine woning: millimeterpapier, een lat en een duidelijke legende. Het nadeel merk je bij elke wijziging, want dan teken je het blad opnieuw. Met tekensoftware verplaats je een punt zonder te gommen en blijven de codes op beide schema's gelijk. Wie geen tijd heeft om de kringen zelf op te nemen, vraagt het een elektricien; die kent het bord en de praktijk van de keuring. Hoe SUPLAN het situatieschema opbouwt, staat op de pagina over het situatieschema tekenen in SUPLAN.
Vragen die vaak terugkomen
Kan de keuring doorgaan zonder schema's?
Wordt een huis met een oude installatie, aangelegd vóór 1 oktober 1981, verkocht, dan gaat de keuring door. Liggen de schema's er niet, dan maakt de keurder zelf een beknopte beschrijving van de borden en een schets met de losse hand, en schrijft hij het ontbreken van de schema's als inbreuk in het verslag (AREI 8.4.2.2 d). Die schets vervangt de schema's niet. Is het verslag negatief, dan laat de koper na 18 maanden, gerekend vanaf de verkoopakte, opnieuw controleren of de inbreuken weg zijn. Voor zo'n installatie van vóór 1981 mogen de schema's vereenvoudigd zijn (8.2.1, punt 7). Bij een jongere installatie horen ze in het dossier van de installatie (afdeling 9.1.2); reken er dan niet op dat het zonder schema's in orde komt.
Mag ik de schema's zelf opnieuw tekenen?
Het AREI zegt dat wie een nieuwe installatie of een belangrijke wijziging uitvoert, de schema's opstelt. Voor een bestaande woning waarvan de schema's verloren zijn, maakt vaak een installateur ze opnieuw op, soms de eigenaar zelf. Wat telt, is dat ze juist en volledig zijn; dat beoordeelt de keurder.
Ik vind enkel een oud eendraadschema. Is dat genoeg?
Kijk eerst of het nog klopt met het bord: dezelfde automaten, dezelfde letters, geen kringen bijgekomen. Klopt het, dan teken je enkel het situatieschema opnieuw, met de codes van dat eendraadschema. Klopt het niet meer, dan moeten beide schema's bijgewerkt worden.
Hoe lang duurt het om de schema's opnieuw op te maken?
Dat hangt af van de woning: het aantal verdiepingen, het aantal kringen en hoe goed het bord gelabeld is. Het zoekwerk aan het bord in stap 3 neemt meestal de meeste tijd; het tekenen gaat sneller als je de punten al per verdieping genoteerd hebt.